Over De Dood
Wie de dood kent, leeft anders
Dood ...

Siep staat voor me. Hij kijkt me met grote vragende ogen aan. Zijn oren staan recht op zijn kop. Ik aai hem over zijn bolletje. Ik ben vandaag mijn oma verloren. Ze was al heel erg oud en wist vaak niet meer wie ik was. Maar toch is het absoluut niet leuk als er iemand in je omgeving doodgaat. Siep snapt er niets van. Daarnet waren we nog vrolijk aan het spelen toen vervolgens de telefoon ging. Siep liep met zijn balletje achter z’n baasje aan. Het gesprek duurde heel erg lang. Siep was er al bij gaan liggen. Meestal duurde het namelijk erg lang voordat de telefoon weer opgehangen werd. Deze keer duurde het nog langer dan normaal. "Wat is er toch aan de hand,"vraagt Siep aan me, als ik bij hem in de buurt ga staan. Ik vertel hem wat er gebeurd is en begin hard te huilen. Nu kijkt Siep me met nog grotere ogen aan. Hij begrijpt er niets van. Iemand dood? denkt hij bij zichzelf, en legt zijn hoofd bij mij op mijn schoot.

Het woord kan Siep de dagen erna maar niet uit zijn hoofd krijgen. Hij vraagt aan andere honden op straat of zij weten wat dood is. Niemand weet het. Siep weet alleen dat je er een lang telefoongesprek voor moet voeren en dat je daarna moet huilen. Verder komt hij niet. Die dag gaat hij naar de boerderij van zijn baasje en zijn zus. Daar wonen heel veel andere dieren. Als Siep achterom komt bij de boerderij kan hij zich niet bedwingen. Normaal gaat hij direct spelen met de andere honden, maar vandaag niet. Hij rent naar de ezel. Die is namelijk erg slim. De ezel heeft al heel veel meegemaakt en geniet nu van zijn welverdiende rust. "Weet jij wat dood is?" vraagt Siep. Na lang en diep nagedacht te hebben zegt de ezel: "Ik heb eerlijk gezegd geen flauw idee wat dood zou kunnen zijn." Siep geeft het op. Hij vraagt het wel een keer aan zijn baasje op een goed moment. Als hij zich omdraait om met de andere honden te gaan spelen staat Wim de bok achter Siep. Wim denkt heel erg slim te zijn, maar meestal weet hij het niet en verzint vervolgens maar wat. "Ik weet denk ik wel wat dood is," zegt Wim. Na interessant zijn poten neer te zetten begint hij te vertellen. "De dood is een stuk fruit, als je het opeet smaakt het naar meer. Je eet zoveel dat je niet meer kunt. De dag erna ben je een beetje misselijk. Soms moet je dan vaker poepen. Meer is het niet." Siep heeft goed geluisterd, maar hij weet niet zeker of hij het kan geloven. Wim denkt wel veel te weten, maar het is vaak niet waar. De ezel heeft meegeluisterd en vertelt dat het zeker niet waar is wat Wim gezegd heeft. "Dat is als je teveel van de pruimenboom hebt gegeten, dan wordt je vanzelf misselijk," zegt de ezel. De ezel en Wim gaan een welles-nietes spelletje spelen, waarop Siep besluit nu toch maar eindelijk met de andere honden te gaan spelen. Als Siep vrolijk aan het spelen is, komt Punske het hangbuikzwijntje naar hem toe. "Ik hoorde net van de ezel dat je wilt weten wat dood is," zegt Punske. Siep stopt direct met spelen en spitst zijn oren. "Weet jij het dan?",vraagt hij. "Nee, maar ik ken iemand die het misschien wel weet." Punske loopt richting een hele oude schuur. Siep loopt met hem mee en vertelt ondertussen wat hij al weet over het onbekende woord dood. 
In de schuur is weinig licht. Siep begint zich af te vragen wat ze hier te zoeken hebben. Punske probeert op een oude kar te springen, maar door zijn grote gewicht gaat dat moeilijk. Als het varkentje op de kar is, springt Siep erachteraan. Punske zegt dat ze nu heel stil moeten zijn. Siep kijkt hem aan en fluistert in Punske’s oor :"wie woont hier dan nu weer?" Daar komt hij snel achter. Aan de andere kant van de schuur ziet hij een grote uil zitten. Punske vraagt voorzichtig aan de uil of hij wakker is. De uil knikt kalm met zijn hoofd dat het in orde is. Deze hond wil weten wat dood is en omdat u erg slim bent, dacht ik, ik kom naar u toe. Siep heeft nog nooit zo’n grote uil gezien. Hij is eigenlijk een beetje bang, maar laat dat niet merken. "Ach jongens, dat is een lastige vraag, en geloof mij je wilt het liever niet weten," zegt de uil met een zware stem. "De dood is als je je laatste adem uitblaast. Het lijkt alsof je slaapt, maar je wordt niet meer wakker. Je hoeft er niet bang voor te zijn" Siep schrikt van het antwoord, maar heeft nog een klein vraagje. "Het heeft dus niets met fruit te maken?" De uil begint hard te lachen. "Welnee, de dood wil alleen maar zeggen dat je moet genieten van elk moment." Tevreden keren Siep en Punske terug naar de andere honden en gaan weer verder met spelen. Punske moet aftellen terwijl de andere dieren zich gaan verstoppen. Boven de boerderij vliegt de uil richting het bos. Punske hoort hem nog een beetje lachen.

(schrijver is onbekend)